Woorden die eeuwig leven geven

Johannes 6 is het hoofdstuk waarin Jezus over zichzelf spreekt als “het brood dat leven geeft” (vers 35). De toehoorders vonden dat om allerlei redenen moeilijk te verteren, maar de nadere toelichting die Jezus vervolgens gaf maakte het niet beter. Uiteindelijk liepen veel leerlingen ontmoedigd weg: “Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?”

En inderdaad, als je dit hoofdstuk nog eens aandachtig doorleest, zul je het waarschijnlijk wel met die leerlingen eens kunnen zijn. Jezus maakt het zijn toehoorders bepaald niet makkelijk met zijn woorden over de betekenis van het brood van zijn lichaam en de wijn van zijn bloed. Toch blijven er twaalf over, de twaalf die hij zelf uitgekozen heeft. Waarom blijven zij wel? Petrus geeft het antwoord: “Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.”

Wat een antwoord! Ook hij zal de woorden die Jezus net gesproken heeft, vast niet goed begrepen hebben. Ook geleerde theologen zijn daarover gestruikeld. Maar hij had intussen genoeg ervaring opgedaan met Jezus om vertrouwen in hem te hebben. Hij wist dat de achtergrond van alles wat Jezus zei steeds dezelfde was: mensen verder te helpen op de weg naar “het eeuwige leven” –wat dat ook maar precies was.

En Jezus heeft ze ook geleerd dat de weg naar dat eeuwige leven niet voert langs ingewikkelde theologische beschouwingen. Luister maar naar het verhaal over de barmhartige Samaritaan in Lucas 10. Een wetgeleerde kwam bij Jezus en vroeg hem: “Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?”. Hij stelt dus precies de vraag waar het voor Jezus – en voor ons – op aan komt. En wat is Jezus’ antwoord? Heel eenvoudig: “Heb God lief boven alles, en uw naaste als uzelf”. “En wie is dan mijn naaste?” Je kent het vervolg. Waar het op aankomt is niet de vraag wie mijn naaste is, maar de vraag voor wie ik een naaste kan zijn.

Als het om het eeuwige leven gaat, is dat een veel betere vraag dan die naar de precieze betekenis van het Avondmaal. En bovendien een heel goede vraag om er deze week eens over na te denken!

Psalm 107

Van oudsher behoren de psalmen tot de meest populaire Bijbelboeken. In kloosters worden nog altijd per week of per twee weken het hele boek der Psalmen doorgezongen, of, beter, doorgebeden. Ik heb wel monniken gesproken die daar ook nooit genoeg van hebben gekregen. In tegendeel, met het ouder worden kregen die oeroude gebeden voor hen steeds meer diepte. En misschien is dat ook geen wonder: het hele leven komt erin voorbij. Alle vreugde, verdriet, ellende en verlossing die mensen in hun leven kunnen meemaken, alle gemoedstoestanden – rust, wraakzucht, angst, vertrouwen, woede, opluchting, pijn, zorgen, dankbaarheid – allemaal zijn ze in die 150 gebeden terug te vinden. Alles wat het leven ons kan brengen, het staat ook al in de Psalmen.

Toch kunnen de psalmen ook mateloos irriteren. Ze lopen namelijk zo goed als altijd goed af. Hoe groot de nood ook is, de dichter bidt of roept tot de Heer, en de verlossing is nabij. Dat belangrijke kenmerk van bijna iedere psalm is in ons leven vaak veel minder terug te vinden. Hoe vaak immers wordt iemand, ondanks bidden en roepen tot de Heer, juist níet genezen, níet geholpen, níet verlost, maar in zijn vertrouwen op God teleurgesteld?

Hoe kunnen we daarmee omgaan? Hoe kunnen we toch, ondanks zulke wanhopig makende ervaringen, vertrouwen houden en troost vinden? Op zo’n vraag bestaan helaas geen sluitende, iedereen overtuigende antwoorden. Verwacht die dus ook niet van mij. Ik kan niet veel anders doen dan samen met jou nog maar weer eens een psalm te lezen, en te zien wat we tegenkomen.

Ik heb Psalm 107 uitgezocht, omdat ik dat altijd een mooie psalm heb gevonden. Hij wordt in de kerken niet vaak gezongen, hoewel hij een erg mooie melodie heeft. Maar wat mij er vooral in opvalt is dat de dichter zich vier keer echt inleeft, of liever onderdompelt in menselijke noodsituaties:

Soms doolden zij door de woestijn,/maar een weg in de wildernis,/een stad, een woonplaats vonden ze niet.

Soms woonden zij in donkere krochten/als slaven met ijzeren boeien./want ze hadden zich tegen Gods woorden verzet.

Soms leidden zij een lichtzinnig leven/en gingen onder hun zonden gebukt.

Soms daalden zij af naar zee,/gingen scheep en bevoeren het wijde water,/…/Hij sprak en ontketende storm,/hoogt zweepte hij de golven op./zij stegen  tot aan de hemel, vielen neer in de diepte,/hun maag keerde om van ellende.

Als je deze vier situaties nog eens op je laat inwerken, zul je merken dat het eigenlijk heel herkenbare beelden, metaforen zijn van wat een mens aan diepe ellende kan meemaken. Alle vier de keren is het refrein dan ook “Zij schreeuwden in hun angst tot de Heer”. En dan komt inderdaad ook vier keer de verlossing, waar wij vaak zo naar verlangen – zonder het te ervaren.

Psalm 107 biedt ons zo in elk geval de troost van de herkenning en van het erkend worden in onze nood. En of onze gebeden nu wel of niet verhoord worden, laten we toch vooral doorgaan met er vertrouwen in te hebben dat God er bij is, zoals Hij ook bij die lotgenoten van ons was, in de woestijn, in de donkere krocht, in hun lichtzinnig leven en in de woedende storm op zee. Ik wens je voor deze week toe dat je kunt oefenen in een leven uit vertrouwen. Misschien kan Psalm 107 je daarbij helpen.

Heb geen overdreven mening over jezelf

Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. Galaten 6:3 (HSV)

De Bijbel waarschuwt ons herhaaldelijk voor hoogmoed en ik kan niet genoeg benadrukken hoe gevaarlijk dat is. Weet dat, als we toegeven aan hoogmoed, we de vijand ruimte geven om ons te beïnvloeden.

Wanneer we ons zelf te veel verbeelden, maakt dat we anderen minderwaardig vinden. We vergeten we op God te vertrouwen en negeren de waarheid dat we niets zijn zonder God.

Deze houding wordt door de Heer verfoeid. We zouden een heilige vrees voor hoogmoed moeten hebben en onthouden dat we bijzonder en waardevol zijn omdat God ons liefheeft en ons heeft vergeven, niet omdat we zelf grote werken kunnen bewerkstelligen.

Het is belangrijk om te begrijpen dat, wanneer we op een bepaald gebied uitblinken, dit alleen komt omdat God ons de genadegave heeft gegeven om het te doen. Op het moment dat we denken dat we in onze eigen kracht grote werken hebben bewerkstelligt, vervallen we in hoogmoed.

Weet dat we God toebehoren. In plaats van een overdreven mening over onszelf te hebben, laten we ons richten op Gods grootheid en Zijn liefde voor ons. Het is door Zijn genade alleen dat we erin slagen datgene te doen waarvoor Hij ons geroepen heeft.

Bron: Joyce Meyer dagelijkse overdenking 9 juli

Een Keltische zegenbede op ons voetpad

Vorige week waren mijn vrouw en ik een weekje op vakantie. Vanwege Corona kozen we ervoor ons huis te ruilen. Zodoende konden wij ons snel en gemakkelijk los maken van alle dagelijkse bezigheden. Deze vakantie kwam ik voor het eerst sinds lange tijd er weer toe een boek te lezen. Of beter gezegd: een boek uit te lezen, en aan een nieuwe te beginnen.

De door mij gelezen boeken bleken zich te vormen tot een pad, waarin de boeken in volgorde op elkaar aansloten. En het begon met een boek dat een pad in dubbele betekenis bevatte: ‘Het Zoutpad’ van Raynor (Ray) Winn. Dit boek beschrijft de wandelervaringen van een Ray en haar man Moth terwijl zij het South West Coastpath lopen langs de kust van het Engelse Cornwall. Met als aanleiding een diagnose van een ernstige ziekte van Moth, en ongelukkige omstandigheden waardoor zij vanuit een toestand van ontreddering en dakloosheid aan de wandeling beginnen. De wandeling blijkt deels een medicijn voor Moth te zijn, en brengt Ray en Moth verder in het verwerken van wat hun overkomen is.
Nu las ik het vervolg op dit boek ‘De Wilde Stilte’, waarin de zoektocht in het leven van Ray en Moth wordt doorgezet, waarbij ze opnieuw baat hebben bij een grootse wandeluitdaging.

Voor mij bracht het lezen van beide boeken veel herkenning met zich mee, omdat ik zelf ‘midlife’ enkele jaren geen werk kon vinden, en van daaruit naar nieuwe wegen moest zoeken. Net als de hoofdpersonen in deze boeken ben ik mij meer verbonden gaan voelen met mensen die dak- of thuisloos zijn. En ook mijn vrouw en ik hebben in de jaren hierna vele lange afstandspaden in Engeland gelopen.

Tijdens het wandelen ontmoeten Ray en Moth iemand die hen terug laat denken aan een eerdere ontmoeting op het Schotse eiland Iona en het spirituele appèl dat daarbij op hen wordt gedaan. Ik lees er van mooie verwevenheden tussen de natuur en het menselijk welbevinden.
En juist dit aspect komt weer terug in het volgende boek ‘Pelgrimage van Smaragd’ van Annemarie Latour en Frank G. Bosman, dat verhaalt over de Keltische spiritualiteit.

Behalve het mystieke element in de verwevenheid tussen de natuur en het menselijk welbevinden, vind ik in het laatste boek ook de verwijzing naar Iona en het Keltisch christendom dat vanuit Iona zich verspreid heeft over West-Europa. Ook in het midden van ons ‘Geloven in Zutphen’ bevindt zich een Iona Community. Er is nog veel te ontdekken in dat opzicht, wat ons verder kan brengen in onze zoektocht in het leven, of als kerken op ons pad.

Ik wens jou en allen die in Christus voetpad willen treden de oude Keltische Zegenbeden toe.

Adriaan Roskam

Een zuiver hart en een sterke geest

Boven Psalm 51 staat: “Een psalm van David, toen de profeet Nathan hem had bezocht, nadat hij met Batseba geslapen had”. Dat verhaal over David en Batseba kan je terugvinden in 2 Samuël 11 en 12, maar het is niet de kern van de zaak in deze psalm. Die is dat we hier een mens zien, die zich volkomen terecht vreselijk schuldig voelt. Hoe gaat hij daarmee om?

Om te beginnen, hij is eerlijk tegenover God. Daar is ook geen ontkomen aan. Hij weet wat hij gedaan heeft, en hij weet dat God dat weet. “Wees mij genadig, God, in uw trouw”. Zo begint zijn gebed met een beroep op Gods trouw en genade.

Maar David blijft niet bij zijn schuld staan. Hij beseft goed dat het zijn eigen geestesgesteldheid was die hem tot overspel en moord had gebracht. Dit vinden we prachtig en eigenlijk voor ieder mens relevant terug in vers 12 tot 14:

Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.
Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.

Zware schuld of niet, we hebben allemaal wel eens het onaangename gevoel gehad dat ons hart on-zuiver is, onze geest aan vernieuwing toe, en inderdaad, dat we on-standvastig zijn. Eigenlijk is iedere regel van dit gebed precies raak, tot en met “geef mij de vreugde van vroeger”, –  toen alles nog goed was.

Je weet zelf het beste hoe deze psalm bij jouw leven en jouw situatie past. Hoe dat ook zij, ik wens je toe dat deze week Gods Heilige Geest bij je blijft, en jouw eigen geest vernieuwt en versterkt!

Adriaan van Oosten