Bericht van de Goedheiligman

Myra, 4-5 december 2021

Is het bezit, aan ons gegeven,
het allerbelangrijkste in ons leven?
Laten wij ons nog wel door Christus inspireren,
kunnen wij Zijn Boodschap nog steeds waarderen?
En hoe besteden wij onze tijd?
laten wij ons leiden door medemenselijkheid?
Lezen wij de Schrift? Zoeken wij naar zin?
Ruimen wij in ons leven nog wel tijd voor het bidden in?
Kunnen wij, in de storm van het leven
ook onze naaste toch van harte vergeven?

Lieve mensen, Advent mag voor ons zijn een tijd van verrijking,
een nieuw begin, een nieuwe her-ijking.
Van bouwen aan een nieuwe aarde,
van gericht zijn op het goede, op dat van blijvende waarde.
Van gericht zijn op God,
en leven voor de ander, het o zo bekende dubbelgebod.
Een tijd om onze afhankelijkheid van God toe te geven
en van beseffen dat Zijn Geest ons verder helpt in dit leven.
Zijn Geest die ons helpt om kritisch te zijn op onszelf,
en zoals u misschien al wel vermoedde,
ons steeds verder doet groeien in het kiezen voor het goede.
En diezelfde Geest laat ons, net als goede Sint ,
nooit met lege handen staan,
om in geloof en liefde samen steeds de goede weg ten leven te gaan.

Beste mensen, het ga u goed,
was getekend, met hartelijke groet,
de Goedheiligman, en….
maak er, met Gods hulp, samen het beste van!

Het licht der wereld

Het liturgische bloemstuk in De Wijngaard heeft deze zondag als tekst meegekregen: “Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis” (Johannes 8:12). Typisch een tekst voor de eerste zondag van Advent, de tijd van het licht dat in de wereld komt. Johannes is daar vol van. Al uit zijn eerste hoofdstuk straalt het ons tegemoet: “Het licht straalt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen” (Joh. 1:5).

Juist bij ons, op het noordelijk halfrond, komt de boodschap van het aan- en baanbrekende licht zo goed aan. Dit is voor ons de donkerste tijd van het jaar, en onwillekeurig denk je aan de mensen in Australië, die een totaal andere belevenis van Advent en Kerst moeten hebben dan wij. Zou dat wezenlijk verschil maken? Ik denk het eigenlijk niet. Er is meer duisternis in de wereld dan die te maken heeft met de lage stand van de zon en het korten van de dagen. Daar hoef ik velen van ons niets over te vertellen. En het Licht waarover Johannes schrijft is ook een ander licht dan dat van Australië.

Ik vind deze tekst altijd erg troostrijk. Bij alle twijfel en onzekerheid die het leven, ook van een gelovig mens, nu eenmaal met zich meebrengt is het ”licht der wereld” waarvan hier sprake is toch altijd een vast punt. Op een andere manier wordt dat verwoord aan het eind van Johannes 6. Daar dreigen, na een zware toespraak van Jezus, al zijn toehoorders hoofdschuddend weg te gaan, zodat Hij zijn leerlingen vraagt: “Willen jullie soms ook weggaan?” En dan antwoordt Petrus: “Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven.” Hij heeft het licht gezien, en wil nooit meer in de duisternis lopen. Wat een mooie tekst om de Advent mee in te gaan. Ik wens je goede weken!

Adriaan van Oosten

Sint-Elisabeth

Rampen zijn vaak het gevolg van menselijk handelen. Dit is een gedachte die naar voren komt in een opinieartikel in NRC van afgelopen zaterdag 13 november & zondag 14 november. Het artikel is van de hand van Lotte Jensen, die hoogleraar is aan de Radboud Universiteit Nijmegen. En het artikel gaat over het handelen van de mens in algemeen, en van de overheid in het bijzonder dat er toe leidt dat kleine rampen uitgroeien tot grote catastrofes. Hij doet dit voortbordurend op zijn studie over de Sint-Elisabethsvloed. Deze maand is het precies 600 jaar geleden dat deze ramp ‘De Grote Waard’ – een gebied met 22 dorpen – onder water bracht.

Het kost ons weinig moeite een hedendaagse voorstelling te maken van catastrofes, of dreigende catastrofes, en de rol van het menselijk handelen daarin. Zelf denk ik dan aan COVID-19, en aan de grote zorgen om het klimaat. Wat mij trof in het artikel is de onomwonden verwijzing naar de relatie tussen catastrofes en menselijk handelen. Want zijn wij niet gewend om ons eigen handelen als goed te beschouwen, en catastrofes te zien als iets dat buiten af op ons afkomt en ons goede handelen dreigt te verstoren? Gemakkelijk kunnen wij ons dan richten op het repareren of terugdringen van de schade, zonder ons te bezinnen op wat ons aandeel was in een catastrofe.

De geschiedenis van het volk Israël, zoals we die in het Oude Testament lezen is een aaneenschakeling van catastrofes, waarin telkens te zien is hoe het handelen van mensen de samenhang in de schepping verstoort. En dat de ontregelde orde zich vervolgens steeds meer verhevigt. En hoe is God daarin dan aanwezig? Die vraag is voor ons vaak moeilijk te beantwoorden. Hoe graag we daar ook een concreet antwoord op willen laten zien.

In het Nieuwe Testament komt Gods Zoon naar deze wereld om de verstoorde relatie tussen God en mens te herstellen. Daar staan we in de komende Adventstijd bij stil. Een onvoorstelbaar wonder tekent zich hierin af: God komt ons met Zijn liefde tegemoet, en zoekt ons. Dat wij die liefde zullen beantwoorden. Wat een hoopvolle boodschap voor vandaag!

Vandaag – 19 november – is de naamdag van Sint-Elisabeth. Het is de moeite waard iets over haar leven na te lezen op Wikipedia. Daaruit komt onder meer naar voren dat in de loop van enkele eeuwen honderden hospitalen naar haar zijn genoemd, en waarom. Zo kennen wij in Zutphen ook de geschiedenis van het Oude en Nieuwe Gasthuis te Zutphen (1380-1841). En daaraan gerelateerd de Elisabethkapel – gelegen naast het huidige woon-zorgcomplex Elisabeth. Deze kapel herbergt (wellicht voor velen) ongekende schatten, zoals enkele mooie gebrandschilderde ramen.

Aan Sint-Elisabeth moest ik gisteravond denken toen wij met enkele wijkgenoten een Bijbelstudie hadden naar aanleiding van Hebreeën 11. Er ontspon zich een boeiende discussie over de plek die wij toekennen aan mensen die ons tot voorbeeld zijn geweest in ons geloof. Bekenden of familie – nu, of van vroeger. En hoe plaatsen we namen van ‘bekende namen uit de kerkgeschiedenis’ in de reeks van namen uit Hebreeën 11 tot de namen van nu? Een vraag die ik ook graag ter overweging aan jou wil meegeven.

Hebreeën 11:1-3 “Geloof is de zekerheid dat alles waarop we hopen werkelijkheid wordt, het overtuigd ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.” Dat dit ook jou en mij rust mag brengen in bij de huidige, of dreigende rampen.

Adriaan Roskam, 19 november 2021

Foto: Detail glas in lood raam Elisabethkapel Zutphen

Twee bijzondere feesten

ALLERHEILIGEN en ALLERZIELEN, twee bijzondere feesten die op de eerste twee dagen van november worden gevierd. Als een soort interbellum tussen de zomer die achter ons ligt en de winter die voor ons ligt. Op deze dagen gaan onze gedachten uit naar hen die er niet meer zijn: de heiligen met naam en faam bekend, de talloze heiligen die door ons niet gekend zijn en onze dierbare gestorvenen. En bij die laatste groep horen ook al die doden die bij ons geen naam meer hebben omdat de herinnering aan hen in de mist van het verleden verdwenen is. Maar op deze twee feestdagen in November mogen wij weer ervaren dat  iedereen een naam bij God heeft. Wij zijn allen door Hem gekend en gewild.

Heilig of een gewone sterveling: aan Hem behoren wij toe! Dat dit ons tot troost en kracht mag zijn. Ik wens een ieder heel veel sterkte toe in deze donkere dagen waarin het verlies van een dierbare weer zo intens gevoeld zal worden.

Als je van iemand houdt
en je bent
door de dood
van elkaar gescheiden,
dan is er
op de wereld niets
en niemand,
die de leegte van de afwezigheid
kan vullen.
Probeer het maar niet ,
want het zal je nooit lukken.
Aanvaard liever het gemis
dat je is overkomen.
Dat klinkt hard,
maar het is ook een grote troost,
want zolang
de leegte werkelijk leeg blijft,
blijf je daardoor
met elkaar verbonden.
Dietrich Bonhoeffer

Riekje Rijk – Vrugt

Onophoudelijk bidden

“Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden”

Deze tekst staat in de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen, hoofdstuk 5 vers 16, 17 en 18a. Typisch zo’n tekst om uit je hoofd te leren en altijd bij de hand te hebben – en ook zo’n tekst om je er telkens weer aan te herinneren dat het wéér niet gelukt is. Want wie kan dat nu, “altijd verheugd zijn”? En wie doet dat nu, onophoudelijk bidden? Of onder alle omstandigheden God danken? Ik niet, om eens iemand te noemen.

En toch staat het er, met in de rest van vers 18 nog de toevoeging “want dat is wat Hij van u, die één bent met Jezus Christus, verlangt”. Bij Jezus horen geeft vreugde, zegt Paulus. Dat is wel een gedachte om even bij stil te staan. Verheugd zijn, dat is meer dan plezier hebben in het leven. Het gaat dieper, zoals bij Jezus horen ook dieper gaat dan je dagelijkse besognes, of die nu leuk zijn of minder leuk. Dieper dan de vreugde en het verdriet die het leven je bezorgt.

Onophoudelijk bidden, dat is iets voor monniken. Dat is het ook werkelijk. In de oosters-orthodoxe kerken, maar niet alleen daar, wordt het zogenaamde Jezusgebed gebeden. Dat luidt ongeveer zo: “Heer Jezus Christus, Zoon van God, erbarm U over mij (zondaar)”. Dat gebed wordt in sommige kloosters werkelijk continu gebeden, als een soort mantra. Ik ken ook een monnik in een klooster in Nederland die mij ooit vertelde dat hij het bij voorbeeld bidt als hij op de bus staat te wachten. Hij ervaart het als een methode om de geest geconcentreerd te houden op waar het werkelijk op aankomt. Niet een recept voor iedereen, maar ook weer iets om eens over na te denken. Zoveel bidden doen de meesten van ons nu ook weer niet.

God danken onder alle omstandigheden. Ook weer iets waarvan je direct begint te steigeren. Het leven is immers vol met dingen waar geen mens dankbaar voor kan zijn. Dat weet Paulus natuurlijk ook. Toch doet hij deze uitspraak, alsof hij in staat was vanuit een dieper of misschien wel hoger perspectief naar zijn gewone leven te kijken, een perspectief van hoop en vertrouwen. En van dankbaarheid.

Zo geef ik je deze tekst van Paulus graag mee voor deze week. Misschien dat je sommige dingen in jouw eigen leven in een ander licht te gaan zien.

Adriaan van Oosten

Je hoeft niet eenzaam te zijn

Wees sterk en moedig, en standvastig … want het is de HEERE, uw God, Die met u meegaat.  Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Deuteronomium 31:6 (HSV)

Eenzaamheid wordt dikwijls ervaren als een innerlijke pijn, een vacuüm, of een verlangen naar genegenheid. De bijwerkingen ervan zijn gevoelens van leegte, nutteloosheid of doelloosheid. Er zijn veel oorzaken van eenzaamheid, maar veel mensen realiseren zich niet dat zij er niet mee hoeven te leven. Ze kunnen de confrontatie aangaan en er mee leren omgaan.

Het is belangrijk te beseffen dat enkel omdat je alleen bent, het niet betekent dat je eenzaam of verlaten zou moeten zijn. Het is niet altijd mogelijk om het alleen zijn te vermijden, maar er is een manier om je niet te laten terneer drukken door eenzaamheid.

Gods Woord zegt ons om sterk en moedig te zijn, want God is altijd bij ons. Lichamelijk kun je alleen zijn, maar dat betekent niet dat je eenzaam hoeft te zijn, omdat in de geest God altijd bij je is. Hij zal je nooit loslaten noch jou verlaten.

De volgende keer als je eenzaamheid in je voelt opkomen, denk dan aan Deuteronomium 31:6. Proclameer hardop dat God met je is en begin met Hem te praten. Wanneer je ruimte voor Hem maakt, zal Zijn aanwezigheid je leven vervullen. Je hoeft niet eenzaam te zijn als Gods aanwezigheid altijd bij je is waar je ook gaat.

Bron: Joyce Meyer dagelijkse overdenking van 5 oktober