Oud worden is ook niet alles

Naarmate je zelf ouder wordt, hoor je ook steeds vaker de wijsheid dat iedereen oud wil worden, maar niemand oud wil zijn. En natuurlijk zit daar veel herkenbaars in. Ook wie zichzelf nog jong vindt zal bij ouders of andere oudere familieleden dit gevoel, deze ervaring, herkennen. Thomas à Kempis heeft in de zelfde sfeer ook een spreuk:

Ach, een lang leven brengt niet altijd verbetering, maar wel vaak meer schuld.

Veel mensen, vooral de jongeren onder ons, denken dat ouder worden vanzelf ook wijzer worden met zich meebrengt. En gelukkig zijn er ook mensen, misschien ken je ze wel, voor wie dat inderdaad opgaat. Daar staat tegenover dat veel ouderen van zichzelf een heel ander beeld hebben. Wijzer? Nee, je hebt wel veel meer meegemaakt dan een jonger iemand, maar helaas hoort bij al die levenservaring ook het wat teleurstellende gevoel dat je nog steeds, of steeds weer, terugvalt in je oude fouten, of in weer andere fouten. Een heel vreemd verschijnsel, als je erover nadenkt. Hoe komt het toch dat we zo vaak achteraf moeten denken: ‘Nu heb ik het toch weer verkeerd gedaan’ of ‘Maar je wist toch dat je zulke dingen niet moet zeggen?’. Jong of oud, zulke gedachten horen blijkbaar bij het menszijn.

Thomas à Kempis spreekt over ‘schuld’. Ja, fouten maken is vaak niet gratis. Je kunt er dingen, of zelf mensen, mee kapot maken – hoe oud je ook bent. Maar, hoe oud of jong je ook bent, je kunt altijd proberen om de schade te herstellen en om vergeving te vragen. Aan de ander, aan jezelf, aan God. En dan is er altijd weer een nieuw begin mogelijk. We leven in januari, en hebben misschien al gemerkt dat goede voornemens vaak niet al te duurzaam zijn. Geeft niet, ook daarvoor geldt: er is altijd een nieuw begin mogelijk. Ik wens je in deze geest een gelukkig, en leerzaam, jaar toe!

Adriaan van Oosten

Neem je twijfels gevangen

We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.
2 Korintiërs 10:5 (NBV)

Als we beginnen met het proces om ons denken vernieuwen, dan zullen er momenten zijn dat we er een potje van maken. God weet dat we niet volmaakt zijn en Hij zal ons altijd helpen om ons weer op het juiste spoor te zetten.

Helaas weet de duivel ook dat we niet volmaakt zijn en doet hij zijn uiterste best om ons, bij elke stap die we zetten daaraan te herinneren.

We kunnen bezig zijn om God te dienen, goed te doen, stappen in geloof zetten en dan kunnen we plotseling, zonder enige duidelijk aanwijsbare reden, een dag of week hebben waarbij we een aanval in ons denken ervaren. Satan wil ons vertellen dat we mislukkingen zijn, niet goed genoeg zijn, dat God niet van ons houdt … de lijst wordt langer en langer. 

Gelukkig staat er in Gods Woord wat we moeten doen in zo’n situatie. In 2 Korintiërs 10:5 lezen we dat wij elke gedachte gevangen moeten nemen en die in gehoorzaamheid bij God te brengen. Dus wanneer de duivel probeert tegen je te liegen, ga naar het Woord en vind de waarheid die die leugen tegenspreekt.

Wanneer die twijfels in je opkomen, raak dan niet ontmoedigd. Breng ze in lijn met Gods Woord. Het werkt altijd!

Kort gebed: Here God, ik zal mij niet door de leugens en twijfels van de vijand van het pad af laten brengen. In plaats daarvan geloof ik wat Uw Woord zegt en neem die gedachten gevangen! Amen

Bron: Joyce Meyers dagelijkse overdenking 13-09-2023

Uitzien naar de komst van de HEER!

Verwachten wij de dag van Jezus’ komst? Een vraag die opkomt in deze tijd van Advent: de periode waarin christenen uitzien naar de viering van Jezus komst op aarde – ruim tweeduizend jaar geleden. Dat uitzien heeft ook een diepere dimensie: want christenen zien daar doorheen ook uit naar de – tweede – komst van Jezus.
In het NRC las ik een reportage over ‘het omgaan met dreiging’. Dit naar aanleiding van de aankondiging door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) van een verhoogd dreigingsniveau: de kans op een aanslag wordt ‘reëel’ geacht. De reportage meldt dat mede daarom de NCTV een voorlichtingscampagne begon met de naam “Denk vooruit”. Daarin wordt de burger op diens verantwoordelijkheid gewezen om alert te zijn. Tot zover het bericht in NRC.

Nu is dit Woord voor de Week niet de plek om deze aankondiging in het middelpunt te zetten. Maar het bericht – juist in deze tijd van Advent – trof mij vanwege de overeenkomsten met het andere verhaal. Het verhaal dat gaat als volgt:

De profeet Jesaja kondigde lang voor de komst van Jezus op aarde aan dat duisternis de aarde zal bedekken, en donkerte de naties (Jesaja 60 vers 2a). In andere bewoordingen komt deze dreiging driemaal op ons af met de woorden Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: ‘Val op ons neer! (Hosea 10 vers 8, Lucas 23 vers 30, Openbaring 6 vers 16).
Driemaal een aankondiging van het hoogste dreigingsniveau: eerst door de profeet Hosea, veel later door Jezus zelf en ten slotte in het boek Openbaring in het perspectief van de tweede komst Jezus op aarde. Het is een uitgebreide voorlichtingscampagne waarin we worden opgeroepen alert te zijn en uit te zien naar ‘de dag van Zijn komst’.
De boodschap in dit verhaal eindigt hiermee niet: want er is ook hoop! Want na de aankondiging dat duisternis de aarde zal bedekken komt de profeet Jesaja met de aankondiging:
Zie, ik schep een nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.
Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad
en schenk haar bevolking vreugde.

(Jesaja 65: 17 en 18, en lees zelf nog eens het vervolg van dit hoofdstuk).

Dit is de hoop die in deze tijd in het middelpunt mag staan, een verhaal dat verder gaat – ook al kunnen wij ons nu bedreigd voelen. Jezus woorden uit Lucas 23 vers 30 sprak Hij uit toen Hij werd weggeleid om gekruisigd te worden. Hij gaf Zijn leven prijs aan de dood en liet zich tot de zondaars rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor het zondaars op! (Jesaja 53 vers 12b).

Met deze blijde boodschap van hoop mogen wij dé dag verwachten.

Adriaan Roskam

…die wij met geen mogelijkheid kunnen begrijpen

De afgelopen weken moet ik veel denken aan het woord ‘vrede’. Ik koppel er vaak direct een bijbel tekst aan, en de bijbel tekst over vrede die voor mij veel betekent, is het vers in Johannes 14:27:

“Ik geef jullie mijn vrede. De vrede die deze wereld jullie kan geven, duurt maar kort. Maar mijn vrede blijft altijd bij jullie. Wees niet bang, verlies de moed niet.”

De Heer Jezus heeft het hier over een vrede die de wereld niet kan geven. Het woord ‘vrede’ in deze tekst komt van het Griekse woord ‘eirènè’. De Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint) vertaalt het woord ‘shalom’ ook met ‘eirènè’.

Shalom (eirènè) omvat veel meer dan de gangbare betekenis van vrede in onze taal. Vaak verwijst vrede naar de afwezigheid van oorlog of conflicten. Echter, als we de diepere betekenis van het woord shalom onderzoeken, ontdekken we dat het veelomvattender is. Shalom duidt ook op compleetheid en heelheid.

Door het volbrachte werk van de Heer Jezus aan het kruis werd de relatie en de shalom tussen de mens en God weer hersteld. Maar de tekst waarmee ik begon betekent zoveel meer dan alleen herstel tussen mens en God. Ik geloof dat we ook een innerlijke vrede kunnen ontvangen. Dat gun ik eenieder van ons toe, zeker in deze tijd waarin er veel in de wereld om ons heen gebeurt.

Paulus geeft ons handvatten om deze vrede, die we met geen mogelijkheid kunnen begrijpen, te kunnen ontvangen.

Fil 4:4-6 (BB) Maak je nergens zorgen over, maar vertel in gebed aan God wat je nodig hebt. Dank Hem ook voor alles. Dan zal de vrede van God, die wij met geen mogelijkheid kunnen begrijpen, jullie hart en jullie gedachten beschermen in Jezus Christus.

Laten we aan God vertellen wat we nodig hebben en Hem voor alles danken.

Gezegende week.

Shalom, Jeroen Veenstra

Komt tot ons, de wereld wacht

De kerstversieringen en kerstbomen staan al enige tijd in de etalages, ook in woonhuizen staan ruim voor Sinterklaas kerstbomen en hangt de kerstverlichting. Nog niet zoveel kerstliederen op de radio gehoord maar dat zal ook wel snel losbarsten. De Tv-reclames zijn al weken bezig om de kijkers in kerststemming te brengen.

Wat doen de kerken dan nog met Advent? Is dat niet een vreemd, achterhaald gebruik? Voorbereiden op. Een sobere periode. Dat sluit niet erg aan bij de uitbundigheid van de kerstattributen om ons heen.

In de Woordenlijst van het Protestantisme staat “Advent, Latijn: adventus = komst. De adventstijd is de periode die aan Kerstmis voorafgaat en begint op de eerste van de vier zondagen vóór Kerstmis.” Is dat alles wat er over Advent te zeggen valt? In de Woordenlijst van het Rooms-Katholicisme staat een uitvoeriger omschrijving. Centraal staat het herdenken, herdenken van de Heer die in aantocht is. Herdenken is opnieuw vieren. Vieren van de ontmoeting van God met mensen. En steeds waar mensen opnieuw beleven dat Hij komt, Jezus Christus, de Verlosser, daar wordt zichtbaar dat genade, dat ontferming steeds weer werkelijkheid worden. God die omziet naar mensen, die Zijn Zoon, geeft.

Dat is geen vanzelfsprekendheid. Hoezeer de kalender al in januari kerst in december heeft vermeld. Het lied van Martin Luther uit 1524 getuigt van het gebed om de komst van de Heer én van de overtuiging dát Hij komt. Dat is Adventsverwachting.

1 Komt tot ons, de wereld wacht,
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria ‘s kind.

2 Kind dat uit uw kamer klein,
als des hemels zonneschijn
op de aarde wordt gesteld,
gaat uw weg zoals een held.

3 Gij daalt van de Vader neer
tot de Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.

4 Uw kribbe blinkt in de nacht
met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.

5 Lof zij God in ‘t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid.

Groet, André Verburg

Vragen om allerlei

Met het oog op 5 december zocht een gedicht van Geert Boogaard waarin in mijn herinnering stond ‘God is Sinterklaas niet’. Dat staat er niet, er staat ‘God is ten slotte geen manusje-van-alles’.

Hier volgt een gedeelte uit ‘Wanneer ik bid…’

Vragen om allerlei
doe ik steeds minder,
God is ten slotte geen
manusje-van-alles,
Hij is God.
Maar wel vraag ik geregeld om
een rein hart en in mijn binnenste
een vaste geest.

Voordat ik dan
het ‘Onze Vader’ bid
noem ik nog al de namen op
van de mensen die ik die dag
heb ontmoet,
ongelukkigen eerst,
vertwijfelden,
eenzamen,
teleurgestelden,
zij die niet genezen zullen,
in wier tegenwoordigheid
men opgewekt doet,
lacht en zegt: het kòmt wel weer.

Waarom zou ik dat
nu doen,
moet ik dat misschien?
Ik moet het beslist,
ik kan het gewoonweg
niet laten,
het moet van Hèm,
van God Zelf,
het is net alsof Hij zegt:
prent ze me in,
herinner me toch
aan hun leed,
elke dag weer,
vergeet het niet,
doe het totdat Mijn dag
aanbreekt.

Dit verwoordt misschien hoe ik zelf ook het Kloostergebed in de Elisabethkapel op woensdagavond ervaar. We zeggen niet zo veel. We ontsteken een kaarsje, we zingen en lezen, we zijn stil en we noemen de namen van de mensen die in onze gedachten zijn. We bidden samen het Onze Vader. En ieder gaat zijns/haars weegs.

Ik wens ieder het plezier van het sinterklaasfeest en vooral het geschenk dat je naam genoemd mag worden als je dat nodig hebt en dat jij de namen van anderen mag noemen in de stilte voor God.

Corina Terlouw