Sint-Elisabeth

Rampen zijn vaak het gevolg van menselijk handelen. Dit is een gedachte die naar voren komt in een opinieartikel in NRC van afgelopen zaterdag 13 november & zondag 14 november. Het artikel is van de hand van Lotte Jensen, die hoogleraar is aan de Radboud Universiteit Nijmegen. En het artikel gaat over het handelen van de mens in algemeen, en van de overheid in het bijzonder dat er toe leidt dat kleine rampen uitgroeien tot grote catastrofes. Hij doet dit voortbordurend op zijn studie over de Sint-Elisabethsvloed. Deze maand is het precies 600 jaar geleden dat deze ramp ‘De Grote Waard’ – een gebied met 22 dorpen – onder water bracht.

Het kost ons weinig moeite een hedendaagse voorstelling te maken van catastrofes, of dreigende catastrofes, en de rol van het menselijk handelen daarin. Zelf denk ik dan aan COVID-19, en aan de grote zorgen om het klimaat. Wat mij trof in het artikel is de onomwonden verwijzing naar de relatie tussen catastrofes en menselijk handelen. Want zijn wij niet gewend om ons eigen handelen als goed te beschouwen, en catastrofes te zien als iets dat buiten af op ons afkomt en ons goede handelen dreigt te verstoren? Gemakkelijk kunnen wij ons dan richten op het repareren of terugdringen van de schade, zonder ons te bezinnen op wat ons aandeel was in een catastrofe.

De geschiedenis van het volk Israël, zoals we die in het Oude Testament lezen is een aaneenschakeling van catastrofes, waarin telkens te zien is hoe het handelen van mensen de samenhang in de schepping verstoort. En dat de ontregelde orde zich vervolgens steeds meer verhevigt. En hoe is God daarin dan aanwezig? Die vraag is voor ons vaak moeilijk te beantwoorden. Hoe graag we daar ook een concreet antwoord op willen laten zien.

In het Nieuwe Testament komt Gods Zoon naar deze wereld om de verstoorde relatie tussen God en mens te herstellen. Daar staan we in de komende Adventstijd bij stil. Een onvoorstelbaar wonder tekent zich hierin af: God komt ons met Zijn liefde tegemoet, en zoekt ons. Dat wij die liefde zullen beantwoorden. Wat een hoopvolle boodschap voor vandaag!

Vandaag – 19 november – is de naamdag van Sint-Elisabeth. Het is de moeite waard iets over haar leven na te lezen op Wikipedia. Daaruit komt onder meer naar voren dat in de loop van enkele eeuwen honderden hospitalen naar haar zijn genoemd, en waarom. Zo kennen wij in Zutphen ook de geschiedenis van het Oude en Nieuwe Gasthuis te Zutphen (1380-1841). En daaraan gerelateerd de Elisabethkapel – gelegen naast het huidige woon-zorgcomplex Elisabeth. Deze kapel herbergt (wellicht voor velen) ongekende schatten, zoals enkele mooie gebrandschilderde ramen.

Aan Sint-Elisabeth moest ik gisteravond denken toen wij met enkele wijkgenoten een Bijbelstudie hadden naar aanleiding van Hebreeën 11. Er ontspon zich een boeiende discussie over de plek die wij toekennen aan mensen die ons tot voorbeeld zijn geweest in ons geloof. Bekenden of familie – nu, of van vroeger. En hoe plaatsen we namen van ‘bekende namen uit de kerkgeschiedenis’ in de reeks van namen uit Hebreeën 11 tot de namen van nu? Een vraag die ik ook graag ter overweging aan jou wil meegeven.

Hebreeën 11:1-3 “Geloof is de zekerheid dat alles waarop we hopen werkelijkheid wordt, het overtuigd ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.” Dat dit ook jou en mij rust mag brengen in bij de huidige, of dreigende rampen.

Adriaan Roskam, 19 november 2021

Foto: Detail glas in lood raam Elisabethkapel Zutphen