Refter voor Lesbos

Sinds medio april bieden wij ondersteuning bij de verkoop van “Refter voor Lesbos”. Refter is de meesten van jullie wel bekend als het Zutphens Kloosterbier. Er is nu een speciale versie geïntroduceerd, waarbij een tiende van de opbrengst wordt gedeeld door een bijdrage van Stadsbrouwerij Cambrinus aan de hulpverlening op Lesbos.

Waarom bieden wij ondersteuning bij de verkoop van bier? Dat is de vraag die wellicht op zou kunnen komen. In eerste instantie lijkt het misschien niet voor de hand te liggen voor een stadsklooster. Het antwoord hierop kent een zekere gelaagdheid.

In de eerste plaats is Stadsbrouwerij Cambrinus voor ons niet zomaar een bierbrouwer, maar een brouwer die zich vanaf de start van ons Stadsklooster betrokken heeft getoond op ons Stadsklooster. En een brouwer die aantoonbaar werk heeft gemaakt van het steunen van goede doelen met de verkoop van zijn eigen gebrouwen biersoorten. Zo is ook met de verkoop van Refter het werk van Caritas gesteund. Je zou kunnen zeggen: Cambrinus is de maatschappelijk- en stadsklooster-betrokken brouwer van Refter.

Nu, in Coronacrisis is Cambrinus in zwaar weer terecht gekomen. Net zoals zovele andere ondernemers. Maar juist vanwege de betrokkenheid die Cambrinus naar ons heeft gehad is het goed dat wij nu ook op deze stadsbrouwer betrokken zijn. Daarbij is onze ondersteuning niet meer als een druppel op een gloeiende plaat, maar moreel gezien wel van belang.

Een derde laag is dat ik juist ook door gesprekken die ik met de eigenaar van Cambrinus heb gehad steeds meer tot de overtuiging ben gekomen dat het niet goed is als een stadsklooster collecteert voor zichzelf. Daarbij komt meer een oude Benedictijns gedachte naar boven. Als de belangrijkste stichter en ‘vader van het westerse monnikendom’ geldt Benedictus van Nurcia (ca. 480-550).
Voor het dagelijks leven in zijn kloosters schreef Benedictus een Regel (RB). Voor mij is de Regel van Benedictus een belangrijke inspiratiebron bij het vormgeven van een hedendaags Stadsklooster. In de Regel van Benedictus wordt onder meer de rol van de kellenaar (of keldermeester) beschreven. Vrij vertaald naar de tijd van nu gaat het daarbij om het beheer van geld en goed. En dat beheer is in de Benedictijnse leefregel doorspekt met het spirituele in het zakelijke. Behalve voor kloosters, zijn er ook voor (het beheer van) kerken lezenswaardige adviezen te lezen in deze regel. Maar in de relatie met “Refter voor Lesbos”, is in de regel te lezen dat monniken pas werkelijk monniken zijn, als zij leven van het werk van hun handen, zoals ook onze vaders en de apostelen (RB 48). Deze gedachte in de regel stimuleert mij om verder na te denken over eigentijdse vormen van inkomsten die door ons – stadskloosterlingen – gegenereerd kunnen worden. Ook hier gaat het niet om grootste bedragen, maar om de kleine, en zo mogelijk genoeg voor wat wij nu nodig hebben.

En ‘last but not least’ de vierde laag is dat een tiende van opbrengst van ‘Refter voor Lesbos’ door Cambrinus gedeeld wordt in een gift aan het werk in kamp Moria op Lesbos. Ook hier telt niet de hoeveelheid maar de symbolische waarde. Bewust heeft de stadsbrouwer daarbij gekozen voor het Bijbelse principe van ‘de tienden’. Hoe mooi als een brouwer in slecht weer deelt, en geeft voor de nood die ver weg van ons heerst. En dat verdient onze steun!

Voor meer informatie kunt u een email sturen naar info@stadskloosterzutphen.nl.